31 augustus 2006
Een beetje sukkelen
De hele dag een beetje sukkelen en naar buiten kijken. Tegen zessen toch maar omkleden voor een klein rondje. Het worden een aangename zeventig kilometer, ondanks de heftige wind tegen onder de duinen.
Ed

Ed

30 augustus 2006

29 augustus 2006
Trainingskilometers te kort
Nog voor Schipluiden krijgt Mark – ja, ja, Mark rijdt sinds heel lang weer een rondje mee – last van wat lichte kramp in zijn linkerkuit. Hij komt duidelijk wat trainingskilometers te kort. We laten het tempo wat zakken en na wat rekoefeningen gaat het wel weer. We worden na Schipluiden getrakteerd op een regenbuitje. Het valt gelukkig mee. Het laatste stuk hebben we weer windje mee. Boven het Westland schildert de regen samen met de zon een prachtige regenboog.
Ed

Ed

28 augustus 2006

27 augustus 2006
Een fraaie modderstreep
Het is bewolkt en de weg is nat. Ik trek een shirt met lange mouwen aan en monteer mijn achterspatbord. Volgens velen staat dat als een vlag op een modderschuit, maar mijn billen en rug blijven wel gevrijwaard van nat straatvuil en dat is me heel wat waard. Nog geen vijf meter weg en de eerste koude druppeltjes vallen. Mart staat al klaar en kijkt lelijk omhoog. We schuilen tot het ergste voorbij is. Ik ga weer naar huis om voor wat regenkleding, waarna we tegen de wind in worstelen naar de Hoek. Het wordt een rondje kust. Onder de duinen is het met de wind schuin van achteren goed toeven. Vanaf Katwijk naar huis is een stuk minder. Niet alleen de hoosbuien en de wind, maar het duurvermogen is duidelijk minder na de vakantie. Mart maalt maar door. Kilometers lang. Als ik per ongeluk overneem en dertig trap, neemt hij al snel over om het tempo wat op te hogen. De Gaag nog en dan is daar eindelijk de Parallelweg en zijn we bijna thuis. Oef. Nat, dat wel, maar Mart is ook nog gesierd met een fraaie modderstreep op zijn rug ;-).
Ed

Ed

26 augustus 2006

25 augustus 2006

24 augustus 2006
Het Prinsdom Orange
Orange, een voor Nederland veelbetekenend stadje in het Rhonedal. We dwalen met een audiogids aan het oor door het Theatre Antique d'Orange. Een goed bewaard gebleven theater uit de romeinse tijd in de stad Orange. Stad ook van Prins Willem I, ook wel bekend onder de naam Willem van Nassau van het Prinsdom Orange, stamvader van het Huis Oranje-Nassau. Het Musée aan de overkant van het Theatre Antique d'Orange heeft een kamer vol portretten gewijd aan de Oranjes. Een update is onderhand wel nodig. De portretten stoppen bij een jeugdige Wilhelmina. We verlaten Orange en rijden door het Rhonedal, weg van de snelweg, omhoog. Een voorstel om de Ardeche nog een keer te doen, we komen er toch langs, wordt niet voltallig gesteund en dus rijden we verder. Zullen we maar op huis aangaan, zeg ik voorzichtig. Oke, klinkt het. Voor Parijs kan ik er niet op tijd af naar de A1/ A4 en we zoeken onze weg via een snelweg die dichterbij het hartje van Parijs ligt en dus drukker is. Na Parijs neemt Niek over en ze maakt me wakker om de laatste veertig kilometer naar huis te rijden. Om half vijf 's morgens lezen we de post, netjes gerangschikt door Mart.
Ed

Ed

23 augustus 2006
Blij als blik
De rits van de tent is weer aardig gangbaar na de behandeling met kaarsvet. Zie je wel. Deed mijn moeder ook altijd als een rits wat tegensputterde, zegt Niek. Ik steek mijn inmiddels bruine kop naar buiten en zie dat het windstil is. Zal ik vandaag maar meteen een poging wagen of gokken op morgen. Kan ik vandaag nog even de benen losrijden. Al zes dagen de benen stil. Niet echt een jofele voorbereiding, maar de windstilte is me te sterk. Waarom zou ik mezelf als jarige job vandaag niet eens trakteren op een fraai kadootje in de vorm van een persoonlijk record? Snel een ontbijtje halen en wat vluchtige koolhydraten. De Col de Madeleine (448 m) – niet te verwarren met de Col de La Madeleine in de franse alpen - gebruik ik om op te warmen. Op het heetst van de dag gaat de aanloop best soepeltjes en pas na een derde van het bos gaat ook het laatste kransje er aan. Sprinkhanen ontwijkend klauter ik verder over de oude rimpels van de Reus. Het eind van het bos nadert en met nog drie kwartier voor het maanlandschap met een te verwaarlozen wind, is het nu of nooit. Elke bocht zet ik aan. Een andere renner kruipt me voorbij. Ik sluip naar zijn achterwiel, maar moet na enkele meters toezien hoe hij alleen verder kruipt. Hij blijft een vijftig meter voor me hangen. Ik schakel op en sprint naar hem toe. Helaas, maar wel weer wat dichterbij. Het laatste lange rechte stuk forceer ik nogmaals en ben ik hem voorbij. Met brandende benen hang ik even later amechtig uit te hijgen voor de souvenierwinkel. Maar goed dat ik mijn hartslagmeter niet om heb. Blij als blik en toch ook lichtelijk teleurgesteld laat ik mijn tijd bezinken. Een gaaf persoonlijk record op je 52e verjaardag van 2:03:27 naar 2:00:31 is natuurlijk te gek en stemt zeker tevreden, maar die 31 tikken.
Ed

Ed

22 augustus 2006
Schoorvoetend ga ik accoord
Gavarnie is ons volgende doel. Het Algemeen Dagblad laat helaas een depressie met regen zien boven het Parc National Des Pyrenees. Niek stelt voor om terug te gaan naar de Montagne Ventoux, om een poging te wagen mijn persoonlijk record te verpulveren. Schoorvoetend ga ik accoord. Het afzien van de laatste keer is namelijk nog niet helemaal in een verborgen laatje van ongewenste herinneringen geschoven. Aan de andere kant krijg je niet zo veel kansen de plooien van de Ventoux te verkennen. De campinghoudster in Bedoin is blij ons weer te zien – logisch toch? Ze geeft Niek, als vaste klant en bij hoge uitzondering, een persoonlijk emailadres voor als we een plekje voor volgend jaar willen reserveren. Het gerucht gaat dat de Tour de Reus volgend jaar niet zal overslaan. Toch wel weer verleidelijk. Ik kijk naar Tommy. Het waait hier beneden behoorlijk, dus daar boven zal de bries wel aanzienlijk zijn.
Ed

Ed

21 augustus 2006
Het netto visresultaat
Uitslapen en een bootje huren bij Nautipos. Een heerlijke dag op het water. Beetje spelevaren, beetje vissen, beetje verbranden (Mark) in de brandende zon. Het netto visresultaat zullen we maar vergeten.
Ed

Ed

20 augustus 2006
Net als de locals
Voorzien van verse coreanos brengen we vandaag de dag door met vissen vanaf de kant. Na een hele tijd niks, net als de locals trouwens, weet ik toch wat kleine bodemschuivertjes uit het nat te halen. Een campinggenoot, spanjool van origine, heeft nog altijd noppes. Uiteindelijk vang ik slechts twee prachtexemplaren van onbekende komaf die volgens de spanjool goed van eten zijn. Hij is er duidelijk blij mee.
Ed

Ed

19 augustus 2006
Binnenwegen gelijk ansichtkaarten
Van Totana op de grens van het Parc Naturalde Sierra Espunja naar Riumar op het meest oostelijke puntje van het Parc Natural del Delta de L'Ebre is hemelbreed gelijk aan ongeveer een rondje Zuiderzee. Op zich goed te doen, maar niet als het overgrote deel van de vakantiegangers met je mee rijden. We staan al geruime tijd in de file en koersen uiteindelijk de N-340 op. Langs verschillende binnenwegen gelijk ansichtkaarten pakken we ver boven Valencia de grote weg weer op om tegen etenstijd de Ebrodelta binnen te rijden.
Ed

Ed

18 augustus 2006
Een beetje droevig
Een beetje droevig verlaten we camping Rural. Vandaag rijden we namelijk langs de kust richting Hollanda. Niet dat de vakantie al voorbij is, maar toch. Ver voor tot ver na Almeria wordt elk plekje vlak land gebruik voor kassenbouw - niet van glas maar van doek en gaas. Het is net het Westland. Alleen proberen ze hier het zonlicht te temperen en de warmte buiten te houden. De kust ligt er fraai en stilletjes bij. Hier en daar een stukje strand met enkele badgasten. Dit in tegenstelling tot de bij toeristen populaire badplaatsen waar hoogbouw, files en overvolle stranden blijkbaar garant staan voor een geslaagde vakantie. Het tentje vindt een plekje in de buurt van Totana.
Ed

Ed

17 augustus 2006
Lluvia
Monique is met Mark naar een fruitboer om haar handeltje voor het komende seizoen veilig te stellen. Na een rustig ontbijt en het bijwerken van dit dagboekje voel ik druppeltjes. Lluvia. Snel alles in de tent en net op tijd rits ik de toegang dicht. Het begint hard te waaien en vette druppels kletteren kapot op het tentdoek. Na een bezoek aan een Eroski, een plek waar meerdere winkels onder een dak huizen, breekt het zonnetje door en belaag ik een paar uurtjes de vissen in de Middelandse Zee. Het is hier net vissen aan de Waterweg, ook niks. Geen stootje. Andere jagers zie ik wel binnendraaien, maar hun kweekzagers - twee euro vijftig voor een paar hele kleine exemplaren - blijven ook onaangetast. Terug op de camping zijn Mark en Monique net klaar met een spelletje jokeren en knetteren de champignons al in de pan.
Ed

Ed

16 augustus 2006
Opgehokte kippen
Het voorgeschreven zalfje, met bijbehorend kuurtje van de norse medico doen hun werk goed. De zwelling vermindert al en de rode streep is niet zo rood meer. Tijd om Metgazelle uit te laten. De kaart van de omgeving bestuderend besluit ik zo op het oog een rondje te rijden van veertig kilometer. De namen van de stadjes waar ik langs kom schrijf ik op een papiertje en op het heetst van de dag verlaat ik de camping met twee flesjes water op de fiets en een in de achterzak. De weg daalt gemoedelijk af naar Benamocarra waar ik een afslag te vroeg linksaf sla. Ik gier lekker naar beneden om even later weer terug omhoog te fietsen. Het asfalt werd steenslag en grote keien met links en rechts opgehokte kippen, klaar voor de slacht. Ik volg de bordjes naar Almachar via de MA149 en klim te ver door naar een stadje dat niet op mijn papiertje staat. Een local wijst me de weg in gebarentaal, hij blijft maar naar beneden en op zijn rechterarm wijzen en het duurt even voordat het kwartje valt. Terug afdalen dus en rechts aanhouden. Een venijnige klim naar Moclinejo volgt. Onderweg grijns ik een fransman, zijn shirt verraadt hem, hij draagt de nederlandse kleuren dwars, voorbij. Het omhoog lopen op zijn fietsschoentjes gaat niet zo fijn. Ca va? roep ik kwasi geinteresseerd. L'aspiration, hijgt de man en wijst op zijn borst. Na Moclinejo volgt een vier kilometer lange afdaling naar de snelweg. Met de wind in de rug koers ik vlak langs de kust van Torre De Benagalbon naar Bejarafe en sla linksaf, de laatste klim via Cajiz terug naar het basiskamp in Iznate. Aan het eind van de middag bemachtigen we cebos vivos in een hengelsportwinkel.
Ed

Ed

15 augustus 2006
Kwando, KWANDO!
Enkele dagen geleden ben ik geplaagd door prikkebeesten van onbekende origine. Het resultaat is jeuk. En als je jeuk hebt, dan ... juist, krabben. Niet slim, want een bijtplek op mijn pols is gaan ontsteken en nu loopt er een mooie rooie lijn richting elleboog. Een stadje in de buurt heeft gelukkig een Hospitale met een afdeling urgencia waar we ons melden. De dienstdoende verpleegster bekijkt de ontsteking en Niek vertelt voor de zekerheid dat ik ook een diabeet ben. Voortvarend pakt de zuster een bloedglucosemeter van aanzienlijk formaat en bijbehorende strip en een lancet. De lancet verdwijnt me net iets te ver in het topje van mijn ringvinger en mijn bloed vloeit rijkelijk. De bloederige strip schuift in de meter en registreert een veel te lage waarde van 3,4 mg. Als het 3,4 mmol/L zou zijn, dan zou dat nog kunnen, maar in Espagne meten ze in mg's en zou ik al aardig op weg zijn naar een coma. Ze gaat weg en komt even later terug met een andere strip. Ze maakt kenbaar dat ik in mijn middelvinger moet knijpen voor wat vers bloed. Ik knijp en een straaltje bloed sprietst over haar papperassen en laat een artistiek aandoend spoor achter. Eigen schuld, dikke bult, denk ik. De meter vertoont de waarde 11,2 mg. Dit klopt redelijk want ik heb net een broodje gegeten. We worden de wachtkamer ingestuurd met de mededeling dat de medico er ook nog naar zal kijken. De medico, een wat norse jongeman, bekijkt de ontsteking en vraagt mij in correct spaans, wanneer ik gebeten ben. Iets van kwando herhaalt hij een paar keer. No hablas espagnol, zeg ik vertwijfeld in mijn beste spaans. Hij kijkt mij vol ongeloof aan en roept nogmaals, veel luider nu. Kwando, KWANDO! Niek grijpt gelukkig in en stelt de norse medico tevreden. Hij krabbelt een recept en beent weg.
Ed

Ed

14 augustus 2006
Honderden kilometers
Het wordt groener. Het land is doorsneden met lagunes. Water valt er echter niet te ontdekken in barranco's en rio's. Alles staat gortdroog. De eerste olijfplantages verschijnen in beeld en tot aan Malaga zien en ruiken we alleen maar olijfbomen. Honderden kilometers lang en links en rechts zo ver als de horizon reikt zien we olijfbomen. Je zal die olijven toch moeten plukken. De stuwmeren, waar we een hengeltje uit wilden gooien, staan ook bijna droog en we besluiten door te rijden naar de kust. Niet zo'n beste beslissing, want het vinden van een camping valt vandaag niet mee. De campings die op de kaart staan zijn inmiddels waarschijnlijk verkwanseld aan projectontwikkelaars. Wij kunnen ze in ieder geval niet vinden. Met een vallend zonnetje vinden we uiteindelijk onderdak op camping Rural in Iznate, een dertien kilometer van de kust. De camping is nagelnieuw met ruime plekken en lekker rustig.
Ed

Ed

13 augustus 2006
Oh jee, bril weg
Het is 26 graden. Ik zoek mijn bril. Oh jee, bril weg. Volgens mij heb ik dat ding gisteren om één of andere wazige reden aan het halsje van mijn shirt gehangen toen we de rio opwandelden. Terug dus naar de droge rio en zoeken. Mijn rechter sandaal maakt me duidelijk dat we niet verder hoeven te zoeken. Ik sta er namelijk boven op. Er zitten wat krassen op het glas maar verder is het titanium ding nog helemaal oke. Oef. We stappen wat later dan gepland in onze coche en oogstrelend landschappelijk schoon zoeft voorbij. Rode en gele rotspartijen. Ogenschijnlijk verlaten dorpjes. Ruines. Opgeknapte kastelen uit lang vervlogen tijden. De zinderende vlaktes rond Zaragossa. Voor Valverde(!) stoppen we voor de nacht. De winkels zijn vandaag natuurlijk dicht, maar de campingbazin verzekert ons dat het lokale winkeltje wel opendoet als je op de deur klopt. Het winkeltje blijkt gewoon obierto.
Ed

Ed

12 augustus 2006
Het gortdroge riootje
Het is donker weer en het hangt naar regen. We besluiten af te buigen naar het zuiden en via een kilometers lange tunnel is daar het land van Don Quichotte. Een camping lokt klanten met een snelstromend riviertje en bordjes waar je je boot te water te water kan laten. De wind blaast echter zandhoosjes in het gortdroge riootje. We wandelen na het avondeten over de bodem en hier en daar ligt nog een plasje water, met minivisjes. We gooien met stenen in het halfdonker naar een drietal door de schemering grotesk gevormde boomstronken.
Ed

Ed

11 augustus 2006
Bij St Girons maken we kamp
Bij St Girons maken we kamp om morgen Garvanie aan te doen.
Ed

Ed

10 augustus 2006
Op het kruintje van de Reus van de Vaucluse
De wekker loopt af om 06.00 uur. Ik draai me nog even om en schrik een half uurtje later wakker. Slaapdronken prik ik wat insuline en verorber de eerste reep van de dag. Ik graai mijn spulletjes bij elkaar en ga op weg naar de startstreep. Niek en Mark, de logistieke ploeg, moeten nog bijkomen en volgen wat later. Voor de zekerheid, het weegt wel extra, neem ik beide bidonnen, de pomp en mijn zadeltasje mee. Alle meters gaan op nul en vijf voor half acht verlaat ik, zonder warming up, Bedoin. Het is vandaag niet de bedoeling mijn peroonlijk record wat scherper te zetten, maar het zou wel leuk zijn als ik voor half tien boven ben. Al snel laat ik het idee varen, want in tegenstelling tot gisteren werken de beentjes niet mee. Nog op het relatief vlakke stuk moet ik al terug naar het kleinste voorblad. Mijn helm hang ik al fietsend aan het stuur en met het afdoen van de buff valt mijn bril op het asfalt. Hmmm. Ik zet een voet aan de grond en hang de zonnebril aan het wielershirt. Dit wordt sparen en overleven, denk ik. Het bos gaat wonderwel redelijk tot goed. De boompjes worden wat kleiner en ik hoor de wind luidruchtig spelen rond het boomloze laatste stuk. Ik begin echter goed gemutst aan het kale stuk van zes kilometer. Mijn zonnebril valt uit mijn shirt en ten tweede male zet ik een voet aan de grond. Mijn pr dwaalt door mijn hoofd, want ik heb nog ruim een half uur om te toppen. De eerste bocht na het retaurant blaast mijn hoop echter ver weg. De wind staat, voor mijn gevoel, strak kracht zes tot zeven te blazen en tergend langzaam worstel ik me naar bocht twee. Hier is weer een beetje luwte en word ik voor het eerst vandaag ingehaald door een andere renner. Bocht na bocht rommel ik verder. Ik groet Tommy Simpson zo als het hoort en weet dat ik bijna op het kruintje van de Reus van de Vaucluse sta. De laatste bocht en voldaan sta ik uit te hijgen bij het souvenierwinkeltje in de zon en uit de wind. Ik gun mezelf een goed half uurtje en raak in gesprek met een Belg. Hij had zich ingehouden omdat hij niet wist wat te verwachten. Een uur en veertig minuten had hij er over gedaan, zegt hij alsof hij zich schaamt voor zijn wanprestatie. Ge zijt een talent, antwoord ik vol bewondering en ik slik mijn tijd maar in. Mijn logistieke team laat zich nog niet zien als ik afdaal naar Malaucene. Een fabelachtig mooie afdaling, maar schrikkelijk koud zonder jasje. Ik klappertand zo heftig dat Metgazelle in hetzelfde ritme meezwabbert. Na een paar kilometer stop ik dan ook om gelijk een reptiel op te warmen in het zonnetje. Een vijftal kilometers verder herhaalt het ritueel zich en hang ik over Metgazelle heen me te warmen aan enkele zonnestralen. Dan zijn daar gelukkig Mark en Niek en een warme jas. Stoppen? Monique probeert me op te beuren :-). Moeiteloos glij ik vervolgens verder naar het centrum van Malaucene. Wat angstig zie ik twee keer bordjes met twaalf procent langs flitsen. Oef, denk ik, die kom ik zo nog een keer tegen. In Malaucene trek ik aardig bij op een terras waar een goede cappucino met veel slagroom wordt geserveerd. Ik ben weer het mannetje. Het team blijft nog even genieten op het terras en ik jaag Metgazelle weer omhoog langs de flanken van de Ventoux. De steile stukken met twaalf procent worden prettig afgelost door vriendelijk ogende stukken asfalt van een aangenamer percentage. Een viertal bochten onder de top zit ik er plots helemaal doorheen. Met de beentjes omhoog in de volgauto prik ik wat bloed. Duidelijk tijd voor een sloot koolhydraten, aangevuld met vocht. Stoppen? Monique klinkt bezorgd of heeft genoeg van het aanreiken van halve repen en halve bidonnetjes. Ik stap weer op en pers er de laatste meters naar de top zowaar nog een redelijke sprint uit geholpen door een gunstig windje. Maar niet te lang dralen, de helm en zonnebril op en afdalen naar Sault. De wind rukt de eerste zes kilometers aan het kader van Metgazelle en dwingt een rustig tempo af. Door het bos is het met volle teugen genieten en te snel verschijnt Sault in beeld. Met uitzicht op de top van de Ventoux kijken we vanaf een terras naar een kermis in aanbouw. De cappucino smaakt ook hier geweldig en vol goede moed stuur ik even later voor de derde keer richting Reus van de Vaucluse. Mark en Monique scoren in het dorp nog extra koolhydraten en pakken hun taak van waterdrager weer vol elan op. Vanaf Sault naar het restaurant is doeable (nieuw nederlands woord?), maar het onbarmhartige maanlandschap wacht geduldig op een sukkel. De sukkel, moi, neemt een extra slok en gaat vol in de aanval. Net als vanmorgen vroeg werkt de wind niet erg mee. Het wordt bijna sur place en een pedaalslag, sur place en een pedaalslag. Met nog en bocht of vier te gaan doet Niek eindelijk ook een positief duitje in het spreekwoordelijke zakje. “Kom op”, á la Boogie, roept ze. De bovenbenen beginnen licht te krampen. Mark wacht in de volgende bocht en loopt rustig wandelend een eindje met me mee met wat vers water. Dit lijkt niet eens meer op fietsen. Nog één bocht. Een mooi moment. Het wordt warm en stil tegelijk van binnen. De Reus van de Vaucluse drie keer op zijn kruin stampen doet goed. Een foto, de jas aan en rustig de laatste afdaling naar Bedoin. Bedoin, Ventoux, Malaucene, Ventoux, Sault, Ventoux, Bedoin. Brutotijd 12.15 uur, nettotijd 9.30 uur, 138.30 kilometers. Vanaf de camping met een mok koffie in de hand, kijk ik schuin omhoog, naar hem. Tommy, jongen, deze fraaie berg is van jou. Een pracht monument. Je mag hem hebben. Ik ben er nog.
Ed
Ed
09 augustus 2006
Indrukwekkend brokkie steen
Vroeg opgestaan. Goudgeel zonnetje omhoog zien kruipen over de schouder van de Reus van de Vaucluse. Toch wel een indrukwekkend brokkie steen, zo van een afstandje. Koffie en weg voor een rondje. Het worden zevenendertig kilometers. De hartslagmeter laat het helaas afweten. De D19 over de Col de Madeleine naar Malaucene gaat lekker. Er is markt in Malauene en stapvoets wring ik me door de drukte. De D90 naar Suzette kronkelt omhoog en ik voel me bijzonder goed. Ik hou me in, want morgen wil ik de Reus op zijn rug leggen door drie keer op zijn kop te stampen. Via Barroux, waar een mooi kasteel staat, pedaleer ik rustig terug naar Le Pastory, de camping in Bedoin. Er blijken nog twee kransjes schoon (= Krabbe-taal). 's Middags doen we grotendeels dezelfde ronde met de voiture. Naar Vaison La Romaine gaat het, de hoge stad. De vlag wappert strak bovenop de vesting. Er staat Danger op de toegangspoort, dus geen toegang tot de bouwval. We wandelen door de stad en branden een kaarsje in de plaatselijke kathedraal, waar de tand des tijds, geholpen door doorsijpelend vocht, zorgt voor afgbladderde schilderingen op de lang geleden gestucte muren. We doen de dagelijkse boodschappen en terug op de camping bewegen mijn suikertjes zich op 2,8. Even opletten dus met deze hitte.
Ed

Ed

08 augustus 2006
Ham met meloen
Ik probeer Marcel te bereiken, maar mijn mobieltje van provider Tele2 kan geen netwerk vinden. Zijn vakantieadres ben ik vergeten mee te nemen. Nieks toestel van provider KPN werkt echter uitstekend en ik spreek zijn voicemail in. We besluiten door te rijden naar naar camping Le Pastory in Bedoin, aka Bedouin, alias Bedoin met een accent op de e. 's Avonds spreek ik Marcel en hij valt de Reus vrijdag aan via Sault. Donderdag moet mijn dag worden, want vrijdag rijden we door naar Gavarnie. We eten pizza bij de italiaan cq fietsenmaker. Een te lage bloedsuikerspiegel wordt met een snel geserveerd voorgerecht, ham met meloen, weggegeten.
Ed

Ed

07 augustus 2006
Brokken herkenbaar asfalt
Yeah, we zoeven door Belgie en Luxemburg. Grote brokken herkenbaar asfalt schieten onder het Peugeotje door. Het vakantiegevoel breekt pas echt door als we, weg van de drukte, slingerend door het franse land rollen en de tent opzetten op camping Santenay, ergens halverwege Frankrijk. Wim, Wietske en dochtertje Teersa zijn onze buren voor vandaag. Ze rijden rondjes in de omgeving. Hij op een Santini met Teersa in een karretje en zij op een Koga. Twee plaatjes van fietsen voor de lange afstand, uitgerust met hydrolische remmen en Shimano 105.
Ed

Ed

06 augustus 2006
Oeps, te laat
Oeps, te laat. Mart is al weg. Ik bedenk me dat Mart niet gezegend is met al te veel fantasie wat het rijden van rondjes aangaat. Hij zal zoals gewoonlijk wel weer zijn rondje Mart rijden. Met een beetje mazzel rond hij nu het Oeverbos. Ja hoor, daar komt hij al aanrijden met Maarten en Aad in zijn zog. Paps Aad wil er al vroegtijdig af en naar huis. We halen hem over nog wat aan te klampen en dat lukt aardig. Als we weer in de buurt van Maasland komen grijpt hij zijn kans en piept er tussen uit. Zoon Maarten wil nog graag exploderen op de klim aan de Waterweg. In de scherpe bocht na de laatste afdaling zet hij te vroeg aan en wordt bijna gelanceerd doordat zijn pedaal de grond raakt. Enige stuurmanskunst kan hem niet ontzegt worden. Balancerend op zijn voorwiel met nog één voet in de clip weet hij toch overeind te blijven. Verderop blijkt dat zijn binnenband met geweld naar buiten probeert te komen, wat bijna lukt. Net op tijd kunnen we het herstellen.
Ed

Ed

05 augustus 2006

04 augustus 2006
Gaaf en gezellig bruiloftsfeest
Half twaalf melden we ons weer bij Linda en zien we hoe zij de deur opent voor de bruidegom. Mijn dochie ziet er werkelijk adembenemend uit. Ze gaan naar het strand voor een fotosessie en wij doen een broodje met soep. Hierna gaan Niek en ik mee met Geert en Ineke voor een borrel en wat rondjes om de tafel. Om kwart voor drie zijn we in Huisduinen bij het kerkje waar ik vol trots mijn jongste dochie weggeef aan Remco. De ambtenaar van de burgelijke stand houdt een interactief praatje met de belangstellenden en verbindt Linda en Remco daarna in de echt. Op naar het strand van Den Helder waar ik menig seizoen luierend op mijn rug de tijd doodde. In het strandpaviljoen volgt een overvloedige maaltijd, gevolgd door een gaaf en gezellig bruiloftsfeest. Het doet een oude man goed te zien dat zijn dochie en kerverse schoonzoon omringd worden door een hechte vrienden- en vriendinnenclub.
Ed

Ed

03 augustus 2006
Het genot van een wijntje
Mijn badge verdwijnt in de moderne prikklok en soepeltjes schuifel ik door de draaideur, de zon in. Yeah, vakantie. Thuis de spulletjes gedumpt en met Mark op zoek naar een paar knappe schoenen en een nieuwe stropdas. In de Koningshoek verwisselen een paar Van Liertjes van eigenaar en in Schiedam ruil ik twee moderne stropdassen tegen een handvol euro's. Gauw naar huis en wat eten. Daarna naar het helderse, want morgen is een belangrijke dag sinds Kerst vorig jaar. Linda en Remco worden morgen namelijk in het huisduiner kerkje in de echt verbonden. Het regent hard langs het kanaal tussen Alkmaar en Den Helder. De snelheid valt terug naar vijftig per uur. Nu maar hopen dat het morgen een beetje droog blijft. Het is al laat en Niek vindt het egoistisch, maar toch nog maar even langs Pinnelin. Even een kroeltje halen. Wat later halen we oude verhalen op onder het genot van een wijntje, van Ineke, mijn ex, die de nacht samen met Linda door brengt. Veel te laat bellen we aan bij Oma die nog even wat risolles in het hete vet laat glijden.
Ed

Ed

02 augustus 2006

01 augustus 2006









