29 april 2005
Hengels en pieren
Kan wel merken dat ik gisteren een behoorlijke inspanning heb geleverd als ik richting Monster rol. Het duurt even voor het lichaam opgewarmd is of komt het door het ontbreken van de lange broek en –mouwen? Het weer is goed en ik geniet van de frisse lucht en herrieschoppende kikkers in de duinen, waar het verder opvallend rustig is. Na de Hoek met de wind in het ruggetje langs de Waterweg naar huis. Douchen, omkleden en terug naar de Waterweg met hengels en pieren, in een poging wat waterbewoners op het droge te helpen.
Ed
Ed
28 april 2005
Sociaal rondje
Droog, wolken, zonnetje en een harde wind. Perfect weertje voor een sociaal rondje Mart met Mart, Peter, Ruud en moi. Eerst maar naar de pukkel aan de Waterweg waar Mart omhoog dendert en met nog een kwart te gaan achterom kijkt. Achterom kijken betekent meestal dikke benen en als Mart weer voor zich kijkt heb ik net tijd genoeg om mijn voorwiel eerder boven te krijgen. Langs de Waterweg is het buffelen. Ben ik de enige die vier zwanen in strakke formatie vlak boven het wateroppervlak ziet zeilen? Niemand reageert. Peter, met tegenwind altijd in de dekking rijdend, rijdt opvallend sterk en wil vlak voor maassluis niet afgelost worden. We ronden het Oeverbos en met de wind grotendeels in de dikke kont zijn we al weer snel op de brug in Schipluiden waar Mart me verrast en schreeuwend zijn voorwiel voor de mijne drukt. Sportieve wraak! Kop over kop gaat het verder en op de Gaag maakt Ruud wat schijnbewegingen. Op de Herenlaan wil niemand op kop waar Peter dankbaar gebruik van maakt. Hij versnelt naar de meet en sluit deze etappe winnend af zonder zich daar van bewust te zijn.
Ed
Ed
26 april 2005
Flink in beroering
Dikke druppels, net voor de Hoek, kletteren kapot op mijn helm. Gauw het jasje en de overschoenen aan. Vijf minuten later gaat het jasje weer uit en blijven de overschoenen aan tegen opspattend water. De benen gaan niet op souplesse en het wordt dus een rondje werken. Via Monster rijd ik over vertrouwde wegen naar randje Delft waar het water parallel aan de Harnaskade flink in beroering wordt gehouden door paaiende vissen. Op de Kandelaarweg sta ik in de dagelijkse forensenfile richting Schiedam en op de Woudweg overvalt de regen me vandaag voor de tweede keer. Als ik mijn weg vervolg heb ik opeens regenkoude puddingbenen en kom ik niet meer boven de vijfentwintig. Enkele kilometers later gaat het wel weer en rond ik het Oeverbos op weg naar huis.
Ed
Ed
25 april 2005
Soepeltjes richting Delft
Met een half bewolkte lucht draaien de pedalen soepeltjes richting Delft. Voor ’t Woudt hang ik in ’t zog van een lekker doordraaiende tandem. De vrouw en man zijn goed op elkaar ingespeeld, want na een bocht roept de man “STAAN”, waarop beiden vol op de pedalen gaan staan en in een perfecte cadans versnellen. Jammer genoeg kan ik slechts kort van de dubbele luwte genieten. Het rondje gaat via de Kandelaar en de snelheid kan ik aardig hoog houden, wat resulteert in en fraai gemiddelde van 30,07 in het uur.
Ed
Ed
22 april 2005
Ook lekker
Ook lekker. In het zonnetje met een ommetje naar huis via Schipluiden. Ook lekker. Een licht verzetje. Ook lekker. Ingehaald worden en er niet achteraan jakkeren. Ook lekker. Een gemiddelde snelheid over 20,43 km van 23,20 km per uur. Ook lekker. Een gemiddelde hartslag van 113 slagen per minuut. Ook lekker. Weekend.
Ed
Ed
21 april 2005
Rustend op het ligstuurtje
Kwart over zes gaat de wekker en om zeven uur rijd ik in gezelschap van Mart richting werkplek. We dumpen onze rugzak en maken ons op voor een rondje. De benen zijn niet zo dik als gisteren en op het gemakkie gaan we naar de Hoek. We doen de bult en de benen voelen al wat beter. Langs de Waterweg gaat het tempo omhoog en voel ik me lekker. Rustend op het ligstuurtje genieten we van het mooie weer, spotten een zwarte zwaan en lossen elkaar regelmatig af. In Schipluiden aangekomen ros ik de brug over de Vlaardingervaart omhoog en weet ik een gaatje te slaan. Even heb ik het moeilijk en gaat de gang er uit. Mart komt al weer dichterbij. Het herstel is gelukkig snel daar en met vijfendertig plus krijgt Mart het gaatje niet meer dicht.
Ed
Ed
20 april 2005
Morgen nog maar een rustig stukkie
De eerste kilometers na de AGR 2005 in gezelschap van fietsvriend Mart vallen niet mee. Met hele dikke benen doen we een kort rondje. Even naar de Hoek en naar huis. Ik ben er niet rouwig om. Op de heuvel zet ik nog wel aan, maar kan ik geen partij geven. Op rollatorsnelheid rollen we naar Maassluis. Morgen nog maar een rustig stukkie.
Ed
Ed
19 april 2005
Restinformatie
Op het Net nog even wat restinformatie opgediept over mijn Toerversie van de Amstel Gold Race 2005.
Ed

Ed

16 april 2005
Het zwarte asfalt staart me aan
Vrijdagmorgen om negen uur meldde ik me bij de familie Boer en vertelde ik dat ze niet echt lekker schakelde. Cees antwoordde dat hij haar niet beter afgesteld kreeg en er zelfs een Tiagra-derailleur op had gemonteerd. Richard zei dat het probleem waarschijnlijk te maken had met een doorgesleten kabelvoering, waardoor de kabel bleef hangen tijdens het schakelen. Hierop verving Cees zowel de binnen- als de buitenkabels en tevens prikte hij de kabeldoorvoer door onder aan het frame. Vakmanschap is meesterschap, want even later liep de ketting netjes en zonder geratel van kransje naar kransje. Cees, Richard, vanaf deze plek bedankt voor de geweldige service. Thuisgekomen deed ik voor de zekerheid nog een klein rondje en Metgazelle volgde nu nauwgezet elke beweging van de commandeurs. Inpakken en op naar Camping Mooi Bemelen. De spullen gedropt in de stacaravan en vervolgens naar Valkenburg aan de Geul om het fietsbordje en de bikechip op te halen. De avond werd besteed aan het optuigen van de Primavera, veel spaghetti eten en een potje jokeren met Mark en Niek.
Na een onrustige nacht gaat om half vijf de wekker. Ik prop zes pannekoeken en een banaan naar binnen en spoel dat weg met koffie en limonade. Niek speldt nog snel mijn bijna vergeten rugnummer achter op mijn shirt en om half zes rij ik naar de start van de Toerversie van de Amstel Gold Race 2005. Er staan slechts een vijftigtal renners en rensters. Het valt me op dat er veel ren(st)(n)ers tussenstaan met blote armen en benen. Ik heb gekozen voor de lange broek van Rene van Spronsen en overschoenen en verder heb ik twee zweethemdjes aan, een wielershirt en mijn regenjas. Om zes uur precies valt het startschot en rol ik over een tijdregistratiematje, waardoor er een SMS-berichtje naar Niek wordt verzonden. Niek, inmiddels weer diep weggedoken in haar slaapzak, schrikt zich een hoedje en leest dat Ed gestart is. Na drie kilometer al is daar de eerste beklimming. De Geulhemmerberg. Ik kom moeiteloos boven en kan aanhaken bij een grote groep. Er wordt niet alleen op het vlakke goed doorgereden, maar helaas voor mij ook op de beklimmingen. De koude regen komt inmiddels met bakken uit de lucht en ik ben blij dat ik vanmorgen voor mijn regenjasje heb gekozen. De bloterige klimmers werpen jaloerse blikken. Ik kan dus niet klimmen. De Maasberg en de Adsteeg kan ik nog redelijk mee door in de afdalingen weer naar de groep toe te rijden, maar dit vergt te veel. Na vijfendertig kilometer meld ik mij boven op de Lange Raarberg en doe geen poging meer de groep bij te houden. Op veertig kilometer laat ik Niek, die wederom over mooie dingen droomt, weer schrikken door over een matje te rijden. Tien kilometer verder laat ik op een verzorgingsplaats een banaan naar binnen glijden. Na de Bergseweg en de Fromberg rol ik Valkenburg weer binnen waar het inmiddels golft van de fietsers. Het is zeven graden. Ik vraag aan twee medestrijders of we nog steeds op koers liggen als we beginnen aan de klim van de Cauberg. “Als je de 250 doet wel�, roept één van de twee vol overtuiging. We doen dus de Cauberg en boven bij het Holland Casino willen ze me een medaille omhangen ... !!! Foute boel dus. We pakken de route weer op en met een extra Cauberg in de benen doen we de Geulhemmerberg waar het een drukte van belang is. De rest van het parcours mag ik delen met de 100-en-150-kilometer-fietsers. Een rivier van bont gekleurde dansende ruggetjes baant zich een weg omhoog. Met het passeren van de Bemelerberg is de eerste honderd kilometer een feit. Al bijna op de helft en nog steeds één schoon kransje. De route loopt langs de camping en Niek voorziet me van vers eten en drinken. Aan de kleding verander ik niets. De regenbuien en vette mist lossen elkaar regelmatig af. Onderweg naar de Loorberg op 143 kilometer zie ik een renner in een rose Team Mobile tenuetje een rose AGR-wegaanduiding passeren. Rose? Rose? Ik behoor toch de oranje pijlen te volgen? Geschokt veeg ik de blubber van mijn GPS en zie dat ik in niemandsland rijd. Ik zoom uit en zie dat ik aardig ben afgeweken van de route. Mezelf schoppend rij ik terug naar de kruising waar het fout is gegaan en bovenop de Loorberg vul ik mijn bidons op een rustplek. Snel wat vloeibare Maxim en een reep naar binnen persen en ik spring op de Gazelle. Nog maar honderd. Het venijn zit ‘m in de staart en met de Amstel Gold Race 2005 is het al niet anders. De volgende 30 kilometer stijgend vals plat worden slechts onderbroken door de Gulpenerberg, Schweiberg, Camerig en Gemmenicherweg en de klim naar het Drielandenpunt. Mijn laatste kransje is al lang niet schoon meer en ik vraag me af of er nog lichtere verzetjes bestaan. Met zicht op neerlands meest beroemde grenspaal wissel ik de batterijen van de GPS en met de finish in zicht – nog maar een goede zestig – suis ik naar beneden richting Vaals. Twintig kilometer verder stuit ik op de Kruisberg en worstel naar boven. Heftig. Nog geen drie kilometer verder is daar al de Eyserbosweg waar Boogert altijd aanvalt en ik ben nog niet hersteld van de Kruisberg. Ai. Ik val de berg aan. Daar is het nog-honderd-meter-naar-de-top-bordje. Velen met mij zwalken er voorbij. Staand op de pedalen pers ik door. Ed kraakt. Hartslag 160 plus. Het aftellen is begonnen. Tien per uur, acht per uur, zes per uur. Helaas, de laatste 25 meter moet ik er af. De volgende helling is vier kilometer verderop en aan de voet van de Huls schakel ik voor en achter tegelijkertijd naar het lichtste verzet. Metgazelle kan hier niet tegen en de ketting loopt vast tussen het midden- en het binnenblad. Met hulp van de fietspomp schiet de ketting los en kan ik weer verder. De Huls, Bergseweg en de Fromberg zijn lang, maar gelukkig niet zo steil. Nog herstellend van de Fromberg zie ik even verderop al de Keuteberg. Zwoegende lijven martelen omhoog, fietsend en lopend. De jas gaat los en het zwarte asfalt staart me aan. Gehypnotiseerd dans ik omhoog. De zwaar hijgende fietsers om me heen overstemmen bijna de klappende en schreeuwende mensen aan de kant. Halverwege stort het kasteel in elkaar. Ik trek het niet meer en krachteloos scheur ik het schoenplaatje los van het pedaal. Te laat. Ik donder met fiets en al de berm in. De rest strompel ik omhoog. Achter me hoor ik meerdere fietsers omvallen. Ik heb de puf niet om achterom te kijken. Voor me valt er nog één. Na de Keuteberg is het “All the way downhill�. Valkenburg aan de Geul. Alleen de Cauberg nog. Die is maar acht procent met een gemeen stukje van twaalf. Mark maakt honderd meter voor de finish een foto en Niek lacht me toe. Zie ik er waarschijnlijk niet zo beroerd uit als dat ik me voel. Na 253 kilometer klinkt het laatste tijdregistratiepiepje toch wel heel plezierig. Yeah!
Ed
Na een onrustige nacht gaat om half vijf de wekker. Ik prop zes pannekoeken en een banaan naar binnen en spoel dat weg met koffie en limonade. Niek speldt nog snel mijn bijna vergeten rugnummer achter op mijn shirt en om half zes rij ik naar de start van de Toerversie van de Amstel Gold Race 2005. Er staan slechts een vijftigtal renners en rensters. Het valt me op dat er veel ren(st)(n)ers tussenstaan met blote armen en benen. Ik heb gekozen voor de lange broek van Rene van Spronsen en overschoenen en verder heb ik twee zweethemdjes aan, een wielershirt en mijn regenjas. Om zes uur precies valt het startschot en rol ik over een tijdregistratiematje, waardoor er een SMS-berichtje naar Niek wordt verzonden. Niek, inmiddels weer diep weggedoken in haar slaapzak, schrikt zich een hoedje en leest dat Ed gestart is. Na drie kilometer al is daar de eerste beklimming. De Geulhemmerberg. Ik kom moeiteloos boven en kan aanhaken bij een grote groep. Er wordt niet alleen op het vlakke goed doorgereden, maar helaas voor mij ook op de beklimmingen. De koude regen komt inmiddels met bakken uit de lucht en ik ben blij dat ik vanmorgen voor mijn regenjasje heb gekozen. De bloterige klimmers werpen jaloerse blikken. Ik kan dus niet klimmen. De Maasberg en de Adsteeg kan ik nog redelijk mee door in de afdalingen weer naar de groep toe te rijden, maar dit vergt te veel. Na vijfendertig kilometer meld ik mij boven op de Lange Raarberg en doe geen poging meer de groep bij te houden. Op veertig kilometer laat ik Niek, die wederom over mooie dingen droomt, weer schrikken door over een matje te rijden. Tien kilometer verder laat ik op een verzorgingsplaats een banaan naar binnen glijden. Na de Bergseweg en de Fromberg rol ik Valkenburg weer binnen waar het inmiddels golft van de fietsers. Het is zeven graden. Ik vraag aan twee medestrijders of we nog steeds op koers liggen als we beginnen aan de klim van de Cauberg. “Als je de 250 doet wel�, roept één van de twee vol overtuiging. We doen dus de Cauberg en boven bij het Holland Casino willen ze me een medaille omhangen ... !!! Foute boel dus. We pakken de route weer op en met een extra Cauberg in de benen doen we de Geulhemmerberg waar het een drukte van belang is. De rest van het parcours mag ik delen met de 100-en-150-kilometer-fietsers. Een rivier van bont gekleurde dansende ruggetjes baant zich een weg omhoog. Met het passeren van de Bemelerberg is de eerste honderd kilometer een feit. Al bijna op de helft en nog steeds één schoon kransje. De route loopt langs de camping en Niek voorziet me van vers eten en drinken. Aan de kleding verander ik niets. De regenbuien en vette mist lossen elkaar regelmatig af. Onderweg naar de Loorberg op 143 kilometer zie ik een renner in een rose Team Mobile tenuetje een rose AGR-wegaanduiding passeren. Rose? Rose? Ik behoor toch de oranje pijlen te volgen? Geschokt veeg ik de blubber van mijn GPS en zie dat ik in niemandsland rijd. Ik zoom uit en zie dat ik aardig ben afgeweken van de route. Mezelf schoppend rij ik terug naar de kruising waar het fout is gegaan en bovenop de Loorberg vul ik mijn bidons op een rustplek. Snel wat vloeibare Maxim en een reep naar binnen persen en ik spring op de Gazelle. Nog maar honderd. Het venijn zit ‘m in de staart en met de Amstel Gold Race 2005 is het al niet anders. De volgende 30 kilometer stijgend vals plat worden slechts onderbroken door de Gulpenerberg, Schweiberg, Camerig en Gemmenicherweg en de klim naar het Drielandenpunt. Mijn laatste kransje is al lang niet schoon meer en ik vraag me af of er nog lichtere verzetjes bestaan. Met zicht op neerlands meest beroemde grenspaal wissel ik de batterijen van de GPS en met de finish in zicht – nog maar een goede zestig – suis ik naar beneden richting Vaals. Twintig kilometer verder stuit ik op de Kruisberg en worstel naar boven. Heftig. Nog geen drie kilometer verder is daar al de Eyserbosweg waar Boogert altijd aanvalt en ik ben nog niet hersteld van de Kruisberg. Ai. Ik val de berg aan. Daar is het nog-honderd-meter-naar-de-top-bordje. Velen met mij zwalken er voorbij. Staand op de pedalen pers ik door. Ed kraakt. Hartslag 160 plus. Het aftellen is begonnen. Tien per uur, acht per uur, zes per uur. Helaas, de laatste 25 meter moet ik er af. De volgende helling is vier kilometer verderop en aan de voet van de Huls schakel ik voor en achter tegelijkertijd naar het lichtste verzet. Metgazelle kan hier niet tegen en de ketting loopt vast tussen het midden- en het binnenblad. Met hulp van de fietspomp schiet de ketting los en kan ik weer verder. De Huls, Bergseweg en de Fromberg zijn lang, maar gelukkig niet zo steil. Nog herstellend van de Fromberg zie ik even verderop al de Keuteberg. Zwoegende lijven martelen omhoog, fietsend en lopend. De jas gaat los en het zwarte asfalt staart me aan. Gehypnotiseerd dans ik omhoog. De zwaar hijgende fietsers om me heen overstemmen bijna de klappende en schreeuwende mensen aan de kant. Halverwege stort het kasteel in elkaar. Ik trek het niet meer en krachteloos scheur ik het schoenplaatje los van het pedaal. Te laat. Ik donder met fiets en al de berm in. De rest strompel ik omhoog. Achter me hoor ik meerdere fietsers omvallen. Ik heb de puf niet om achterom te kijken. Voor me valt er nog één. Na de Keuteberg is het “All the way downhill�. Valkenburg aan de Geul. Alleen de Cauberg nog. Die is maar acht procent met een gemeen stukje van twaalf. Mark maakt honderd meter voor de finish een foto en Niek lacht me toe. Zie ik er waarschijnlijk niet zo beroerd uit als dat ik me voel. Na 253 kilometer klinkt het laatste tijdregistratiepiepje toch wel heel plezierig. Yeah!
Ed
14 april 2005
Binnen getakelde dikkerd
Op tijd naar huis en Metgazelle ophalen bij de firma Boer. ’t Kost wat, maar dan heb je ook wat. Thuis de nieuwe Continental-bandjes er om gelegd, omkleden en een rustig rondje in de motregen. Hè. Nieuwigheid? Als ik aanzet slaat de ketting een tandje over. Nog maar een keer aanzetten. Ik ga staan en wederom gaat ’t mis. Door de schok schiet mijn linkervoet los. Getver! Na wat heen en weer geschakel blijkt de ketting spontaan het kransje te verlaten om vervolgens weer terug op zijn plek te vallen. Morgenochtend nog maar snel even langs de familie Boer. Vlak voor ik de Waterweg opdraai naar huis pik ik aan bij een groep rensters en renners en samen doen we de heuvel. Helaas slaat de groep voor Maassluis linksaf en het laatste stukje slenter ik naar huis. Nog even stil gestaan en gebabbeld met een sportvisser die, gezien zijn net binnen getakelde dikkerd, van het weekend zijn gezin kan verwennen met grote lappen kabeljauw.
Ed
Ed
13 april 2005
De benen jeuken
Wederom een verplichte rustdag. De benen jeuken. Metgazelle komt morgen pas los uit onderhoud. Dan wel met verse remblokjes, een nieuwe ketting, pion en zoals ik al vermoedde een nieuwe derailleur. Fietsvriend Mart adviseerde me nog alles dubbel mee te nemen naar het limburgse. Je weet maar nooit. Ik neem het in beraad.
Ed
Ed
11 april 2005
Last van afgebroken tanden
Gisteravond een nieuwe stuurpen gemonteerd. De oude had na een aanvaring met een hek last van afgebroken tanden. Metgazelle is vandaag voor onderhoud naar de familie Boer waar het versnellingsapparaat zal worden afgesteld en nieuwe remblokjes worden geplaatst. Helaas is zij pas woensdag gereed. Morgenavond wellicht als alternatief een rustig rondje op de springveer. Verder zijn de wielrenschoenen voorzien van nieuwe plaatjes en maak ik wat ruimte in de tas voor een extra binnenbandje. We gaan naar de Amstel Gold Race 2005 en we nemen mee:
Materiaal
Metgazelle, zonnebril, twee bidons, handpomp, voetpomp, snelheids- en hartslagmeter, borstband, GPS, verlichting voor en achter, zadeltas, één reserve buiten- en twee reserve binnenbandjes, plakkertjes, lijm, drie bandenlichters, papieren zakdoekjes, handreinigingsdoekje, multitool, telefoon, vier batterijen, geld.
Kleding
Helm, buff, zweethemd lange- en korte mouw, armstukken, wielershirt, Santini, regenjasje, één korte en één lange wielerbroek, sokken, wielrenschoenen, overschoenen, zomer- en winterhandschoenen.
Eten en drinken
Vier flacons Maxim, twee bananen, zes repen, limonade.
Verder nog
Bescheiden Camping Mooi Bemelen, fietsdragers, limonade, krentenbollen, repen bananen, pannekoeken, spaghetti met Nieks sausje, slaapzakken, lakens, toiletspulletjes en wat centjes.
Zal vast nog wel wat vergeten ;-)
Ed
Materiaal
Metgazelle, zonnebril, twee bidons, handpomp, voetpomp, snelheids- en hartslagmeter, borstband, GPS, verlichting voor en achter, zadeltas, één reserve buiten- en twee reserve binnenbandjes, plakkertjes, lijm, drie bandenlichters, papieren zakdoekjes, handreinigingsdoekje, multitool, telefoon, vier batterijen, geld.
Kleding
Helm, buff, zweethemd lange- en korte mouw, armstukken, wielershirt, Santini, regenjasje, één korte en één lange wielerbroek, sokken, wielrenschoenen, overschoenen, zomer- en winterhandschoenen.
Eten en drinken
Vier flacons Maxim, twee bananen, zes repen, limonade.
Verder nog
Bescheiden Camping Mooi Bemelen, fietsdragers, limonade, krentenbollen, repen bananen, pannekoeken, spaghetti met Nieks sausje, slaapzakken, lakens, toiletspulletjes en wat centjes.
Zal vast nog wel wat vergeten ;-)
Ed
09 april 2005
Uitrusten en herstellen
De komende week staat in het teken van rust. Uitrusten en herstellen. Vandaag dan nog een pittige duurtraining van 70 kilometer en dan nog wat rustige korte trainingen. Geen intervallen meer. Ik zou er klaar voor moeten zijn. Bij de Kandelaar begint het te regenen en bij Delft komt daar wat fijn scherpe hagel tussendoor. Onder de duinen staat een heftig windje – windkracht vijf schat ik -, maar vanaf de Hoek naar huis kan ik de rug rechten en blaast dezelfde wind me met grote snelheid naar Maassluis. Het regent nog steeds.
Ed
Ed
08 april 2005
Nederlands zwaarste toer-klassieker
Morgen over een week om zes uur ‘s morgens valt het startschot voor de toerversie van de Amstel Gold Race 2005. Limburg, heuvels, tweehonderdenvijftig kilometers grotendeels bergaf dus. Nederlands zwaarste toer-klassieker. De bescheiden zijn binnen. Mijn rugnummer is negenenvijftig. Nieks geboortejaar. Negenenvijftig (59), een (Cees) Priemgetal. Cees Priem, de meesterknecht van Jan Raas. Cees Priem, twee touretappes op zijn palmares. Geen klimmer. Met de cols in zicht stapte Cees af. Ik word nu toch wat zenuwachtig.
Ed

Ed

07 april 2005
Rustig peddelen
Vijfenzeventig minuten krachttraining worden uiteindelijk 60 minuten rustig peddelen met drie keer de heuvel aan de Waterweg. Een hele dikke wind probeert me tijdens het klimmen telkenmale de grasrand in te duwen. Hangend onder een hoek van ongeveer zestig graden geloof ik het wel en ga op huis aan. Ik pik nog net een staartje onderkoelde regen mee.
Ed
Ed
05 april 2005
Ik blaas hard terug
Geen probleem zegt Niek als ik haar om zes uur bel en vraag of ik nog een paar uurtjes kan fietsen. Het wordt een ommetje naar huis van zestig kilometers. Via Den Haag waar ik de heuvel aan het eind van de Kijkduinsestraat vijf keer omhoog ros gaat het onder het duin door naar de Hoek. De vlaggen staan bijna strak en dus zal het ongeveer windkracht vijf zijn. De zuidzuidwesten wind blaast recht op de kop. Ik blaas hard terug. Het heeft minder effect dan ik dacht. Net voorbij Monster word ik ingehaald door een collega renner. Ik spring in zijn wiel en de man duwt zijn fiets genadeloos met dertig in het uur door de wind. Ik kan het niet laten en neem na tweehonderd meter over. Kop over kop naar de Hoek. Machtig. Ed’s tikkertje gaat van 130 naar een dikke 160 per minuut en nog voor de Hoek moet ik er af. Bij de onbekende renner is het beste er ook af want hij blijft een honderd meter voor me rijden zonder verder uit te lopen. Langs de Waterweg pik ik aan bij een grote groep, maar als ik op het kantje word gezet met 40 in het uur waai ik er af. Er raakt nog een drietal los en gezamelijk snellen we naar Maassluis.
Ed
Ed
03 april 2005
Met een tevreden grijns
Al weer later dan gepland zoef ik na tienen langs de Waterweg waar ik vlak voor de Maeslantkering een visser met een tevreden grijns een kanjer van een gul op de kant zie trekken. Ik gun me geen tijd voor een praatje en duw door naar de Hoek. Onder de duinen is het zoals te verwachten met dit fraaie weer erg druk. Veel fietsers en veel skaters. Het is niet anders. Vanaf Den Haag rij ik binnendoor terug naar Monster. Een stuk rustiger. In Monster rij ik lek. Op het gemakkie in het zonnetje het binnenbandje gewisseld. Als ik klaar ben word ik gebeld. Het werk. Oke, ik kom er aan. Een goed half uurtje later zit ik in de bunker en zijn er weer wat klanten tevreden gesteld. Ik spring weer op de Gazelle en vervolg mijn weg. Wateringen, Schipluiden, Oostgaag, Parallelweg en naar huis om Mark op te halen die me de laatste vijftig kilometers gezelschap houdt. Na wat koffie en wat eten rij ik wederom langs de Waterweg richting de Hoek met Mark in mijn wiel. Op de heuvel is Mark me te snel. Ik verras hem met een tweede ronde en gelukkig voor mij heeft hij de afgelopen winter de benen stil gehouden. Over de Oranjedijk gaan we terug naar Maassluis en slaan bij de manege linksaf. Met een genoeglijk windje in de rug zitten we al snel op de Oostgaag waar een aalscholver op jacht is en ons een blik gunt op zijn in de zon schitterend verenkleed. Na Schipluiden gaat het richting de Kandelaarbrug en pikken we aan bij een limburger. Al kletsend rossen we naar Vlaardingen waar de man rechtsaf gaat langs de Vlaardingsevaart en waar Mark de man met de hamer tegenkomt. Rustig pedalerend gaan we op huis aan.
Ed
Ed
02 april 2005
In de pendek
Telefoon. Het werk. Oke, ik kom er aan. Voor de tweede keer vandaag naar het werk. We maken van de nood een deugd en stappen op de fiets. Na de probleempjes te hebben opgelost schiet ik richting Schipluiden. Gisteren vast te lang in de koude bunker gezeten met Peter, want het lichaam wil niet erg ondanks het fraaie lenteweer. Ik verzet me niet tegen de opwelling er een kort rondje van te maken en ga op huis aan. Niet lang daarna lig ik languit in de pendek te blakeren in het zonnetje met een bakkie en een goed boek. Ik lees zeker twee bladzijden.
Ed
Ed



















